Karel Doormanlaan 220
3572 NZ Utrecht
tel. 06 10 79 48 75

Werkwijze

Voor iedere opdracht worden de verschillende mogelijkheden besproken met de eigenaar. Het is niet mogelijk via de telefoon een offerte te geven, ik moet het object zien om er iets van te kunnen zeggen. Als u een foto stuurt (per email) kan ik wel een indicatie geven. Aan de hand van schadekenmerken kan eventueel ook een offerte worden gemaakt. Na afloop is het mogelijk een behandelingsverslag te krijgen. Een restauratieverslag omvat: conditiebeschrijving, mogelijke behandelingsmethoden, behandeling, materiaalkeuzen, foto's. Behandelingen worden uitgevoerd via de ethische code van de belangenvereniging voor restauratoren, Restauratoren Nederland.

Als u met de muis op een afbeelding klikt ziet u meerdere voorbeelden.

Het Materiaal en de mogelijke schade

Keramiek is gebakken klei. Porselein wordt gemaakt van een zuivere witte soort (kaolien) en hoog gestookt (tot zo'n 1400 C). Aardewerk wordt gemaakt van donkere (rivier)klei en is lager gestookt (tot ca 1100 C). Steengoed zit er net tussenin. Porselein is herkenbaar aan de witte, dunne (vaak transparante) harde scherf, denk ook aan de hoge klank. Aardewerk heeft een dikkere poreuze scherf en heeft vaker beschadigingen aan de rand (chips). De materiaalkenmerken van het object bepalen voor een deel de keuze voor een bepaald restauratiemateriaal.

Keramiek kan schade vertonen door o.a.: fysieke schade (breuk) of een slechte vervaardiging (slechte hechting van glazuur op scherf). Ook zijn er in het verleden vaak slechte restauratietechnieken gebruikt (verkeerd schuurpapier geeft krassen, gebruik van metalen krammen die geroest zijn). Vroeger werden tegels bijvoorbeeld vaak vastgezet op een houten drager. Als dan ook nog de verkeerde lijm is gebruikt kan er schade ontstaan doordat het hout krom trekt en een te sterke lijm de aardewerken tegels doet barsten. Veel voorkomend bij tegels is ook zoutschade waarbij het glazuur loskomt van de ondergrond.
Objecten voor dagelijks gebruik kunnen voedsel-verkleuringen hebben, en in principe kunnen water of zure stoffen de decoratie op keramiek aantasten.
Restauratie kan dergelijke fenomenen verwijderen/verminderen of voorkomen. Schoonmaken met de juiste middelen kan storende vlekken doen verdwijnen. Het resultaat is afhankelijk van de soort schade, en het keramiekmateriaal.


Glas wordt eenvoudig gezegd gemaakt van zand (silicium), soda (Natriumoxide) en kalk (calciumoxide). In Egypte en Mesopotamie begon men al 2000 v Chr met het maken van glas, en door de eeuwen heen zijn er vele veranderingen geweest. In de eerste eeuw v. Chr werd in Syrie het eerste mondgeblazen glas ontwikkeld, een revolutie op zich.
Glas kan breken, maar is in principe eigenlijk een heel sterk materiaal. Doordat men in het verleden steeds helderder glas wilde maken ging men improviseren met de ingrediënten. Zo kon er glas ontstaan dat helder was maar chemisch zeer onstabiel. Glasziekte is een gevolg daarvan, het is niet besmettelijk, maar heeft een verwoestende uitwerking op het glas zelf. Het glas gaat "huilen"; -druppeltjes op het oppervlak-, gaat craqueleren, en kan er vervolgens uitzien als een glas met een spinnenweb van barsten. Dit proces is niet terug te draaien, maar kan wel voorkomen worden door de juiste preventieve maatregelen.

Porselein

Voor het lijmen van porselein wordt een speciale restauratie epoxy gebruikt. De lijm is helder, chemisch stabiel en zeer sterk. Tegelijkertijd is het ook een lijm die met de juiste middelen goed reversibel is.
Kleine stukjes die ontbreken worden aangevuld met deze epoxy op kleur gebracht van het porselein. Met deze mooie beperkte methode wordt alleen dat wat ontbreekt, onopvallend aangevuld. Er gaat geen retouche over het originele oppervlak heen, en het is mogelijk een transparante aanvulling te maken. Vooral bij porselein dat een beetje doorschijnend is, werkt dit goed. Een object dat een barst heeft, heeft een andere klank als je ertegen aan tikt. Ook dit kan in veel gevallen verholpen worden. Breuklijnen en aanvullingen kunnen ook met de airbrush geretoucheerd worden. Een klein deel van het oppervlak wordt dan met verf bedekt om een meer onzichtbare restauratie te verkrijgen.

Aardewerk

Aardewerk vraagt om een andere aanpak en materiaalkeuze. Om aardewerk te lijmen gebruikt men een speciale, chemisch zeer stabiele acrylaat lijm die in de museale wereld veel gebruikt wordt. De lijm is minder hard dan epoxy en past beter bij aardewerk. Ontbrekende delen kunnen worden aangevuld en geretoucheerd, en barsten kunnen worden versterkt door lijm te impregneren.
De chips aan de rand van een aardewerken object horen bij het object, en zullen in de meeste gevallen ongemoeid gelaten worden. Wat grotere chips/lacunes kunnen wel aangevuld worden zodat een voor het oog rustig beeld vekregen wordt.

Glas

Het lijmen van glas gebeurt met verschillende soorten restauratie-epoxy’s. Als de brekingsindex van de lijm overeenkomt met die van het glas kan een barst of breuk voor het oog wegvallen. Het resultaat hangt af van de soort schade, en het type glas. Kleine ontbrekende delen kunnen in principe worden aangevuld zodat het minder opvalt.

Aanverwante materialen

Materialen die niet van klei of glas zijn gemaakt, kunnen wel eraan verwant zijn. De behandeling komt dan sterk overeen. Denk aan: gips, albast of andere steensoorten, email (is glas op metaal - bv wijzerplaten van uurwerken).